Emiel en zijn detectives – Erich Kästner

Boekwijzer

‘Emiel sloop als een indiaan tussen de mensen door.

Daar, daar!

Dat was die vent. Goddank! Dat was Grondijs. Hij wrong zich net door de controle en leek haast te hebben.

“Wacht maar, schurk,” bromde Emiel, “ik krijg je wel!”

Toen gaf hij zijn kaartje af, nam zijn koffer in zijn andere hand, klemde de bos bloemen onder zijn rechterarm en rende achter de man de trap af.

Nu kwam het erop aan.’

‘Het lijken wel echte detectives! Die verrekte snotapen!’
Kästner schreef deze klassieker al in 1928, maar laat je daardoor niet afschrikken: Emiel en zijn detectives verovert generatie op generatie de harten van speurneuzen, zo ook het mijne toen ik een meisje van negen was. Lebowski gaf het spannende verhaal – over de diefstal van Emiel zijn geld, de achtervolging en ontmaskering van de dief en de dikke beloning – in 2014 iets hertaald uit. Er hoefde niet veel aan gesleuteld te worden, dit boek is tijdloos.

Boekwijzer
Boekwijzer
Boekwijzer
Boekwijzer
Boekwijzer

‘De reis naar Berlijn kan beginnen’
Emiel, de zoon van weduwe Tafelbeen gaat helemaal alleen met de trein naar Berlijn om te logeren bij zijn oom, tante, nichtje Pony Hoedje en oma. Hij krijgt van zijn moeder honderdveertig Duitse mark mee, waarvan hij een deel aan zijn oma moet geven. Dat is veel geld voor mevrouw Tafelbeen, die als kapster per week slechts vijfendertig mark verdient. Emiel is dan ook vastberaden het geld niet te verliezen.
Bijna al zijn medepassagiers zien er betrouwbaar uit. Bijna, want de meneer met de stijve hoed die zich voorstelt als Grondijs bevalt Emiel helemaal niet. ‘Een man die chocolade uitdeelt en rare verhalen vertelt, is niet te vertrouwen.’ Voor de zekerheid spelt Emiel zijn geld vast aan de voering van zijn pak en neemt hij zich voor om in geen geval in slaap te vallen. Hij knijpt in zijn benen, telt knopen… maar de reis duurt te lang om wakker te blijven. Als hij met een schok overeind komt, is Grondijs vertrokken. ‘Dus voelde hij langzaam in zijn rechterbinnenzak. De zak was leeg! Het geld was weg!’

‘Emiel stapt op het verkeerde station uit’
Op dit moment zitten we pas op een derde van het boek, de rest van het verhaal neemt ons mee in Emiels wervelende achtervolging door Berlijn.
Emiel gaat namelijk niet naar de politie of de conducteur en hij gaat ook niet uithuilen bij zijn oma, die hem bij het bloemenkraampje een halte verder staat op te wachten. Hij kijkt wel uit. Thuis, in Neustadt, heeft hij een rode neus en een pikzwarte snor op het gezicht van het standbeeld van groothertog Karel met de Scheve Kaak getekend. Emiel is als de dood dat de agenten hem daarvoor in de gevangenis zullen gooien. Bovendien kan hij het zelf wel oplossen. Hij springt de trein uit en zet de achtervolging in.

‘Emiel was bijna blij dat zijn geld gestolen was.’
Ik geloof dat deze wending elke jonge lezer het verhaal in sleurt. Kästner laat, zonder te overdrijven, zien dat hij kinderzorgen serieus neemt en speelt met de machtige fantasie die het kinderhoofd rijk is. Bij de achtervolging verzamelt Emiel een waar detectiveteam om zich heen. Stoere jongens van de straat. Samen bedenken ze een plan om de dief te ontmaskeren (en er tegelijkertijd voor te zorgen dat hun ouders geen argwaan krijgen en hen wel van eten blijven voorzien). Het zijn geen superhelden, maar vindingrijke schoffies, die de hulp van volwassenen helemaal niet nodig hebben.

‘Al die auto’s! Ze wurmden zich haastig langs de tram, toeterden, piepten, staken links en rechts rode wijzers uit en sloegen de hoek om. Andere auto’s volgden. Wat een herrie! En dan al die mensen op de trottoirs! En van alle kanten trams, wagens, dubbeldekkers! Op elke straathoek krantenverkopers. Prachtige etalages met bloemen, fruit, boeken, gouden horloges, kleren en zijden ondergoed. En hoge, hoge huizen.
Dat was dus Berlijn.’
Naast het feit dat Emiel en zijn detectives een van de eerste echte kinderdetectives was, was de setting ook vernieuwend. De grote stad Berlijn is het decor van het verhaal, terwijl boeken zich in die tijd vaak afspeelden op het platteland. Kästner veranderde het stereotype beeld van de stad: Je hoeft er niet bang voor te zijn, het is juist een bron voor opwinding. In een stad kun je meer dan honderd (!) kinderen optrommelen voor een achtervolging. Hij legde de lezer door de ogen van de ‘onwetende’ Emiel uit hoe het is om in de stad te leven. ‘Het was donker geworden. Overal floepten de lichtreclames aan. Over het viaduct denderde een trein. De metro dreunde. Trams en bussen, auto’s en fietsen voerden een fantastisch concert uit. In café Woets werd dansmuziek gespeeld. De bioscopen aan het Nollendorfplein begonnen aan de laatste voorstelling. Het was er een drukte van belang.’

Boekwijzer

‘Misschien zijn jullie handig genoeg om uit de verschillende elementen het verhaal zélf samen te stellen voor ik het vertel.’
Ook de vertelvorm was nieuw. Kästner richt zich in het begin van het boek direct tot zijn lezers (een vorm die bijvoorbeeld Gouden Griffel-winnaar Simon van der Geest succesvol gebruikte in Spinder). Hij stelt de hoofdpersonages en -locaties van het verhaal paginagroot aan ons voor. De illustraties van Walter Trier, die in het hele boek opduiken, versterken deze kleine monologen nog eens. Edith Jacobsen, eigenaresse van de Berlijnse kinderboekenuitgeverij Williams & Co koppelde de ervaren Trier aan de toen nog jonge Kästner. Trier was van essentieel belang voor het uitbeelden van Kästners gedachten: ‘Hij is onvervangbaar.’ Trier illustreerde in de vijfentwintig jaren die volgden al Kästners kinderboeken. 

Boekwijzer
Boekwijzer

Mevrouw Tafelbeen en Ida Kästner
Kästner werd geboren in 1899 en groeide op in Dresden. Net als Emiel verloor hij op jonge leeftijd zijn vader. Zijn moeder Ida Kästner, ook een kapster, en hij hadden het niet breed. Kästner had een hechte band met zijn moeder; vanaf het moment dat hij in 1917 uit huis ging omdat hij het leger in moest, schreef hij haar dagelijks. Als je dat weet, lees je nog beter hoe mooi Kästner de band met zijn moeder in zijn verhaal laat terugkomen.

Boekwijzer

Kästner keerde als pacifist terug uit de oorlog, ging studeren en promoveren aan de universiteit van Leipzig en vertrok daarna naar Berlijn. Op een feestje werd hij aangesproken door Edith Jacobsen. Ze vroeg hem of hij een detective voor kinderen wilde schrijven (en koppelde hem aan Trier). Het jaar dat het boek verscheen, was het meteen een gigantische hit. Drie jaar later werd het boek voor het eerst verfilmd (inmiddels staat de teller op zes). Het werd in meer dan vijftig landen vertaald en alleen al in Duitsland zijn meer dan twee miljoen exemplaren verkocht. In 1960 ontving Kästner voor zijn kinderboekenoeuvre de Hans Christian Andersenprijs. Hij overleed in 1974.

Naar de haaien
Erich Kästner schreef niet alleen kinderboeken. Hij was ook werkzaam als journalist, schreef boeken en poëzie voor volwassenen. Naar de haaien beschouwde hij als zijn beste werk. Deze roman zoomt in op de verzenuwde periode tussen de beurscrash van 1929 en de machtsovername van de nazi’s. Het boek werd in 1931 in Duitsland verkort, gecensureerd en onder een andere titel op de markt gebracht, om twee jaar later op de brandstapel te belanden. Lebowski gaf het boek in 2014 – meer dan tachtig jaar later – voor het eerst uit zoals Kästner het oorspronkelijk bedoelde. 

Boekwijzer
Boekwijzer

De boekverbranding
Op 10 mei 1933 – kort na het aan de macht komen van de nationaalsocialisten, werden in Berlijn meer dan twintigduizend ‘on-Duitse’ boeken in brand gestoken. Begeleid door vaderlandse liederen wierpen Duitse studenten boeken van vele grote schrijvers in het vuur. De boekverbranding werd bemoeilijkt door de stromende regen. Ironisch genoeg was het de brandweer die er met behulp van benzine voor zorgde dat de werken alsnog in rook opgingen.

Een satanisch ritueel
Erich Kästner bevond zich in de menigte. Bij de tweede vuurspreuk hoorde hij zijn eigen naam over het plein schallen: ‘Tegen decadentie en moreel verval, vóór tucht en zede in gezin en staat! Aan de vlammen schenk ik het werk van Heinrich Mann, Ernst Glaeser en Erich Kästner.’ (In dit filmpje kun je de vuurspreuk beluisteren; op 1:14 hoor je de naam Kästner omgeroepen worden). Later noteerde hij in zijn dagboek hoe Goebbels (de Duitse minister van Propaganda), ‘die kleine doortrapte leugenaar, als een wild gesticulerende en zich in eindeloze tirades verstikkende duivel’, de massa’s ophitste en hoe die massa naar hem luisterde en hem gehoorzaamde. 

Een lege boekenkast
Het kinderboek Emiel en zijn detectives mocht blijven, zijn andere werk werd verbrand. Kästner zelf kwam met een schrijfverbod nog goed weg. Nu staat er op de plek waar de boekverbranding plaatsvond een kunstwerk van de Israeliër Micha Ullman. Een glazen paneel dat uitkijkt op een onderaards vertrek van blinkend witte, lege boekenkasten. Op de bronsplaat bij het monument staan woorden van Heinrich Heine: ‘Daar waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen.’ Heine schreef deze profetische strofe overigens al in 1821.

Boekwijzer
Boekwijzer

Mag de volgende Dubbele Lotje zijn?
In 2014 bracht Lebowski twee van Kästners boeken opnieuw uit, ik hoop dat het naar meer smaakt. En mag het dan Dubbele Lotje zijn? Als kind was ik misschien nog wel gekker op Dubbele Lotje dan op Emiel en zijn detectives. Dat verhaal uit 1949 gaat over Louise die met haar vader in Wenen woont en Lotte die met haar moeder in München woont. Als ze elkaar op een zomerkamp aan de Bühlsee ontmoeten, hadden ze niet verbaasder kunnen zijn… Ze lijken als twee druppels water op elkaar. Ze komen erachter dat ze tweeling zijn en bedenken een meesterlijk plan. Louise zal als Lotte terugreizen naar hun moeder in München en Lotte als Louise naar hun vader in Wenen. Zullen hun ouders de ruil doorzien? Kunnen de meisjes erachter komen waarom ze uit elkaar zijn gehaald? En zou het ze kunnen lukken om hun ouders weer bij elkaar te brengen?

‘Only the one who becomes a grown-up and keeps on being a child is a human being.’ (Erich Kästner)
Pak dit boek dus weer eens uit de kast, of schaf het aan; lees het zelf, lees het voor, of laat je kind het lezen. Laat je inspireren door Kästners woorden en zijn positieve, aanstekelijke kinderblik op het leven.

En voor de diehard-fans: