BOEKWIJZER INTERVIEWT ELLEN STINIS

Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer

Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer Boekwijzer
Ellen Stinis is drieënzestig jaar, heeft drie kinderen en vijf kleinkinderen.

Ze werkt al meer dan veertig jaar in het onderwijs, waarvan meer dan zevenendertig jaar op Het Amsterdams Lyceum.

Op de rector en een beleidsmedewerker na is ze het langst in dienst van iedereen daar. Ook langer dan haar man, die leraar Nederlands is op dezelfde school.

Ellen is docent jeugdliteratuur. Bij haar – en mijn – weten de enige van Nederland. Boekwijzer is razend benieuwd hoe zij invulling geeft aan dit vak.

Boekwijzer | Ellen Stinis

BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER
BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER
BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER

Heb je altijd veel van jeugdboeken gehouden?
Ja! Ik heb altijd veel jeugdboeken gelezen. En tijdens mijn studie Nederlands zocht ik al naar lessen over jeugdliteratuur. Toen ik kinderen kreeg, las ik bijna alleen nog maar jeugdboeken; toen had ik veel te weinig concentratie om boeken voor volwassenen te lezen. Tien jaar terug ging ik alleen nog maar jeugdliteratuur geven en werden het er nog veel meer. Elke dag een boek was eerder regel dan uitzondering, ik heb me echt te pletter gelezen. Ik word rustig van jeugdboeken en dat helpt tegen mijn ADHD. Ik kan in paniek raken als ik ergens heen ga waar ik misschien moet wachten en dan ontdek dat ik geen boek bij me heb. Zo erg is het.

Boekwijzer | Het Amsterdams Lyceum

Hoe is het gekomen dat je alleen nog maar jeugdliteratuur bent gaan geven?
Het is heel klein begonnen. Toen ik zevenendertig jaar geleden op Het Amsterdams Lyceum kwam werken, gaf ik ook nog Nederlands. Op een gegeven moment was ik mentor van een tweede klas atheneum en nam ik hen mee naar de boekhandel om een boek uit te kiezen. We verzamelden met die klas in de loop der tijd een kratje met mooie boeken. Ouders van andere klassen kregen daar lucht van en zeiden: dat willen wij ook. Zo is het langzaam gegroeid. In het begin maakte men de jeugdliteratuur een beetje belachelijk. Je ging als leraar Nederlands toch geen boeken voor kinderen of pubers lezen. Mijn collega’s staken behoorlijk de gek met mij en de onderwerpen van de boeken.

Wanneer ging de school inzien dat jeugliteratuur serieus genomen moest worden?
Toen het – rond de jaren negentig – wat minder goed ging met Het Amsterdams, werd er commissie opgericht die moest bedenken hoe het tij kon worden gekeerd. Ik zat in die commissie en bedacht dat creatieve vakken en jeugdliteratuur een middel konden vormen om de school beter op de kaart te zetten.

Samen met een collega schreef ik in Amsterdam een grote schrijfwedstrijd uit voor kinderen van groep acht en brugklassers. We nodigden schrijvers uit om een stukje te schrijven dat geschikt was om ‘af te schrijven’. De winnaars van de wedstrijd werden tijdens een groot feest in de aula van de school bekendgemaakt. De hoofdprijs was dat je tien boeken mocht uitkiezen. Het was een gigantisch project waar geweldige schrijvers aan hebben deelgenomen: Evert Hartman, Ted van Lieshout, Lydia Rood, Lieneke Dijkzeul, Paul Biegel… we hebben er zo veel gezien.
Eigenlijk was het gekkenwerk. Ik had toen zelf kleine kinderen, moest alles nakijken, het feest presenteren, de schrijvers interviewen, een literaire quiz bedenken. Ik ben ook nog eens heel erg perfectionistisch en haalde me stiekem veel te veel op de hals. Na drie jaar was ik helemaal kapot en heb ik het stokje moeten overgedragen.

Boekwijzer | Het Amsterdams Lyceum
Jeugdboeken in de bibliotheek van Het Amsterdams Lyceum.
De kratjes en boekenkast in de klas van Ellen.

Werden jeugdboeken vanaf toen serieus genomen?
Zowel school als mijn collega’s hadden inmiddels in de gaten dat jeugdliteratuur van belang was. Mijn collega’s Nederlands gaven mij hun tijd, waardoor de hele onderbouw vanaf dat moment één uur in de week jeugdliteratuur kreeg. Van school kreeg ik een onbeperkt budget om boeken aan te schaffen. Opeens bestond de helft van mijn baan uit leesbevordering, dat werd steeds meer tot ik tien jaar geleden alleen nog maar uit jeugdliteratuur ben gaan geven. Ik geef les aan de eerste, tweede en derde klas. Zeventien klassen in totaal, een dubbel uur per week. Ik heb de helft van de klassen de eerste helft van het schooljaar en de andere klassen de tweede helft. Dat is best zwaar. Aan het eind van zo’n half jaar ben ik eindtoetsen aan het afnemen en tegelijkertijd het programma voor de tweede helft van het jaar aan het maken. En ben ik me aan het voorbereiden op een groep nieuwe kinderen. Dat geeft weleens een buikpijnperiode. Maar ik wil niet te veel klagen, ik heb van mijn hobby mijn vak gemaakt, wie kan dat tegenwoordig nog zeggen.

Lukt het met al die leerlingen om op maat advies te geven over boeken?
Zeventien klassen, dat zijn een kleine vijfhonderd leerlingen. Het onmogelijk om met iedereen zo’n band op te bouwen dat ik ze altijd op maat advies kan geven. Vooral in de brugklas is dat lastig. Daar blijft het vaak bij de vraag: wat vind je mooi en kan ik aan de hand daarvan advies geven. In de tweede en derde klas wordt het makkelijker, die kinderen ken ik beter. Ik zeg aan het begin van het jaar dat het de bedoeling is dat kinderen – als ze niet van lezen houden – na mijn lessen af en toe toch denken: nou, zo stom was het ook weer niet. En dat de goede lezers nog enthousiaster worden en een flinke stap omhoog maken. In dat doel slaag ik heel vaak.

Het klaslokaal. De literaire muurschildering is een verjaardagscadeau, gemaakt door de dochter van Ellen.

Hoeveel boeken lezen de kinderen in zo’n half jaar?
In de zes maanden dat ik een klas begeleid moeten de kinderen zes boeken lezen. Die kiezen we aan de hand van opdrachten. Voor elke klas maak ik kratjes met boeken die aan de opdracht voldoen, daar mogen ze uit kiezen. Zie het maar als een basisbibliotheek. Ik zorg ervoor dat ik al die boeken heb gelezen. Ze mogen ook een ander boek kiezen hoor. Maar alleen omdat ze een uitdaging willen, het mag niet uit desinteresse, zo van: hier zit niks voor mij bij. Daar trap ik niet in. Meestal krijgen de kinderen drie opdrachten in zo’n half jaar. De eerste opdracht is een boekengesprek over drie boeken en de laatste een recensieachtige opdracht over een boek dat ertoe doet.

Kun je me een voorbeeld geven van een opdracht in de brugklas?
In de brugklas heb ik net een voorleeswedstrijd afgerond. De kinderen lazen een boek dat ‘nieuw’ is en kozen een fragment om voor te lezen. Samen bedachten we regels waar het voorlezen allemaal aan moet voldoen. Zo moesten ze de klas in kijken, moest het voorleestempo verschillen, moesten gevoelige stukjes mooi voorgelezen worden en moesten ze eindigen met een mooie zin: een zin die bleef hangen. Al die mooie laatste zinnen verzamelden we, en daar maakten we wat moois van. Ze hebben er echt heel erg hun best op gedaan. En ze mogen het juryrapport er vanaf nu natuurlijk ook bij nemen als ik ga voorlezen (Ellen lacht)… dat doen ze maar al te graag.

Het historische krat en de historische boeken.

En wat doe je bijvoorbeeld met kinderen uit de tweede en de derde klas?
In een van mijn tweede klassen moeten de kinderen nu drie boeken kiezen: één uit het gewone krat, één uit het historische krat en één met een thema dat bij een van die twee boeken past. En de kinderen uit de derde behandelen nu het onderwerp ‘boek en film’. Zij moeten een groepspresentatie geven over boeken waar films van zijn gemaakt. Ze mogen stukjes uit de film laten zien die verschillen van het boek en uitleggen waarom dat volgens hen zo is gedaan. Zo hebben ze bijvoorbeeld De jongen in de gestreepte pyjama, De Inwijding en De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween behandeld.

Boekwijzer | Het Amsterdams Lyceum
Rijmprent bij De boekendief.

Leer je kinderen al snel hun eigen mening te vormen?
Ik vind het belangrijk dat ze een oordeel vormen over dat wat ze hebben gelezen. Ik probeer ze aan het denken te zetten door op onorthodoxe wijze vragen te stellen. Ik laat ze bijvoorbeeld vergelijkingen maken tussen henzelf en de hoofdpersoon. Vraag ze wat ze vinden van zijn of haar beslissingen en wat ze anders hadden gedaan. Of ik vraag ze wat ze wel en niet geloofden in het verhaal, of ze vonden dat er veel clichés in zaten, of al snel wisten hoe het verhaal zou aflopen. Ik vind het trouwens ook altijd interessant om te horen waar ze zich ontzettend aan geërgerd hebben!

Daarnaast werk ik veel met thema’s, zodat ze leren om verbanden te leggen. Ik noemde al het voorbeeld ‘boek en film’, maar je kunt ook denken aan ‘boek en lied’. Dan moeten ze een liedje op papier zetten, het laten horen en uitleggen waarom het past bij een bepaald boek. Of ik laat ze een gedicht uit het hoofd leren en zó voordragen dat het mooi klinkt, wat de klas en ik te horen krijgen. Daar moeten ze ook een rijmprent bij maken en bij het thema van het gedicht zoeken we vervolgens samen een boek uit.

Boekwijzer | Het Amsterdams Lyceum
Rijmprent bij Eindelijk oorlog.

Krijgen ze hoge cijfers van je?
Ik hou erg van tienen geven en dat doe ik ook best vaak. Maar dan moeten ze wel een boeken gelezen hebben ‘die ertoe doen’. Als het gaat zoals het zou moeten gaan, blijven de onderwerpen uit zo’n boek nog wel even hangen in de hoofden. Ik vind het belangrijk dat we daar dan een boeiend gesprek over hebben, waaruit ik kan opmaken dat ze er echt over hebben nagedacht.. Nog beter is het als ze het gesprek een beetje sturen en me verrassen. Er zijn genoeg kinderen die echt voor tienen gaan, die zijn oprecht teleurgesteld als het niet lukt.

Ik zag kinderen met een koptelefoontje zitten, mogen ze muziek luisteren?
Als de eindgesprekken over de boeken plaatsvinden, mogen ze muziek luisteren. Ik ben erg doof, dus de klas moet heel stil zijn tijdens de gesprekjes. Voor kinderen die niet echt van lezen houden, is het best  saai om een uur lang te lezen. En als ik me ga ergeren omdat het te druk wordt in de klas, zijn de gesprekken veel minder fijn en de cijfers minder hoog dat is dan ook weer zo sneu.

Dus toen dacht ik, dan laat ik ze muziek luisteren. Dat wilden ze zo graag. En ze zeggen dat ze zich goed kunnen concentreren. Dat is misschien niet helemaal waar, maar ik vind dit een goede oplossing.

Lezen ze de boeken allemaal uit?
Vroeger was ik idealistischer en dacht ik dat de meeste kinderen de boeken uitlazen, nu ben ik realistischer. Ik had eens een heel leuke derde klas. Op een dag ben ik voor die klas gaan staan, met mijn rug naar ze toe. Ik vroeg een aardige jongen om voor me te komen staan met zijn gezicht naar de klas. Toen zei ik: ‘Nou, wie heeft voor deze opdracht allebei de boeken uitgelezen?’ Die jongen hield me van de percentages en hoeveelheden op de hoogte. Daar ben ik toen best van geschrokken. Deze opdracht was een schriftelijke recensie over twee boeken waarbij de afloop van de boeken niet expliciet vermeld mocht worden. Ze wisten dat ik de boeken allemaal zelf las en ook weleens plaagvraagjes stelde om kijken of ze de boeken wel echt (uit)gelezen hadden, maar desalniettemin had in deze aardige leesklas een heel groot deel de boel besodemieterd. Ach, misschien moet je ook niet van kinderen verwachten dat ze alles lezen. Of er zelf een grapje over maken. Soms laat ik het ze bij een presentatie weleens plechtig zweren (Ellen lacht)… dat vinden ze wel leuk.

Wat moet het veel tijd kosten om dit allemaal te managen…
Het lastige is dat ik het nooit hetzelfde programma in twee of drie klassen tegelijk kan doen omdat ik daar niet genoeg boeken voor heb. Ik ben voortdurend aan het schuiven en rommelen. De klas die nu een kratje heeft met historische boeken moet op een bepaald moment ruilen met een andere klas die op dit moment een kratje heeft met boeken van nu.

Om tijd te creëren, probeer ik zo veel mogelijk mondeling of in presentaties te doen; zodat ik geen correctiewerk heb. Als ze een vraag hebben, of iets niet snappen, moeten ze me mailen. Ik krijg prachtige, keurige brieven. Ik heb verteld dat ik ook best heel mooie brieven kan schrijven, maar dat ik daar nu geen tijd voor heb en dat ze daarom heel korte mailtjes terugkrijgen. Dat vinden ze gelukkig geen probleem.

Heb je een paar goede tips voor leraren die zich bezighouden met jeugdliteratuur?
In de loop der jaren ben ik er – met vallen en opstaan – achter gekomen wat goed en minder goed werkt. Sommige dingen die ik vroeger deed, bleken achteraf veel te ingewikkeld. Ik liet een aantal jaren de derde klassen twee boeken recenseren over hetzelfde thema en dan ook nog vergelijken met elkaar. En toen hoorde ik later dat ze in de vierde één boek moesten recenseren, zonder vergelijkingen (Ellen lacht).

Wat wel werkt? Kinderen vinden het veel interessanter om van elkaar te horen welke boeken ze moeten lezen dan van mij. Ik vraag leerlingen daarom vaak om bepaalde boeken voor mij te lezen. En dan laat ik ze er – vaak onvoorbereid – een korte presentatie over geven. Ik probeer er in mijn klassen voor te zorgen dat de drempel om iets te vertellen laag is. Ik heb een oud lessenaartje aangeschaft, dat werkt prettig en veilig en natuurlijk help ik een beetje als dat nodig is. Als een kind voor de klas zegt: ik vond dit echt heel erg mooi, of ik kon niet stoppen, want… dan wordt het een vlek die zich uitbreidt.

Hoe zal het verdergaan als jij stopt?
Officieel moet ik nog iets meer dan twee jaar werken, maar mijn man zou graag wat eerder willen stoppen. Tja, soms zijn er dagen dat ik moe ben aan het einde van de dag, of natgeregend thuiskom en denk: het is mooi geweest. Maar daar staan zoveel fijne dagen tegenover. Het is lastig…
Het gekke is ook dat het klaar is als ik stop. Ik heb geen opvolger. Dat is jammer, maar het kan niet anders. Ik heb dit helemaal alleen opgebouwd; het vak ‘docent jeugdliteratuur’ bestaat helemaal niet. Ik ben een eenmansbedrijf in deze school. De schoolleiding en mijn collega’s hebben me al die jaren helemaal vrij gelaten. Dus als ik stop, houdt het op.

Mijn man en ik hebben een heerlijk huis in het zuiden van Spanje, daar kunnen we dan vaker naartoe. En ik hou ervan om dingen te maken: van heel kleine boekjes maak ik sieraden, ik schilder, ik werk in de tuin én ik ga heel veel boeken lezen voor 65+’ers.
Ik zal het missen, maar heb ook veel om naar uit te kijken.

BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER
BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER
BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER BOEKWIJZER

Boekwijzer | Amsterdams Lyceum
Boeken die ertoe doen.

Een tiplijst van Ellen met boeken die ertoe doen:

Onder de ketchupwolken van Annabel Pitcher
Kroonsz van Marco Kunst

Gewist van Marco Kunst
De boekendief van Markus Zusak
Allemaal willen we de hemel van Els Beerten
Elke dag een druppel gif van Wilma Geldof
De lach en de dood van Pieter Webeling
Overspoeld  van Gideon Samson
De verwanten van Guido Bottinga
Het midden van de wereld van Andreas Steinhofel

boekwijzer

Anders dan jij  van Per Nilsson
Een weeffout  in onze sterren van John Green
Erebos van Ursula Poznanski
Saeculum van Ursula Poznanski
Ik zal er zijn van Hilly Goldberg Sloan
De castraat van Joyce Pool
Eleanor & Park van Rainbow Rowell

Starters van Lisa Price

En nog vééééééééééél meer…