Boekwijzer | Emiel de Wild

 Wie ik ben – Emiel de Wild

‘Als ik vroeger op tv zag hoe een hert werd gegrepen door een leeuw, zei mijn moeder: “Dat is niet zielig, dat is de natuur. Leeuwen pakken de zwakkere dieren.”
Werkt het ook zo tussen mensen? Bepalen de sterken wat er gebeurt met de zwakken?’ (p. 51 Wie ik ben)

Wie ik ben roept vragen op die we ons allemaal ons leven lang moeten blijven stellen.

Boekwijzer | Emiel de Wild
© Michiel Bijmans

Als je eerste boek wordt gerecenseerd als ‘een zeer verrassend, want volmaakt debuut’, wordt bekroond met een Zilveren Griffel én de Debuutprijs van de Jonge Jury, dan ligt de lat hoog. Met Wie ik ben– is Emiel de Wild wat mij betreft met een flinke boog over die lat heen gevlogen.
Zijn debuut – Broergeheim – kon ik al nauwelijks wegleggen, zo spannend vond ik het. Wie ik ben las ik in één dag uit. Hoofdpersoon Jeroen kruipt onder je huid en in je hoofd. Ik moest wel doorlezen, ik moest weten hoe het hem zou vergaan; hoe hij de verwarrende, spannende vijf dagen na de dood van zijn klasgenoot Jelmer zou doorstaan.

Jeroen zit in de tweede klas van de middelbare school. Hij is populair op school, dwars thuis, hij speurt naar zijn grenzen. Iemand in elkaar slaan vindt hij echt niet kunnen, Mercedessterren jatten wel. Van pesten krijgt hij soms ‘het gevoel dat hij moet huilen’, maar dat weerhoudt hem er niet van ermee door te gaan.
Dan overlijdt Jelmer, hij heeft een einde aan zijn leven gemaakt. Jelmer was een van de jongens die gepest werd.

Wat doe je als de jongen die jij pestte zelfmoord pleegt? Net als in Broergeheim laat De Wild zijn hoofdpersoon zoeken naar antwoorden op wezenlijke vragen. En ondanks dat de situatie waar Jeroen zich in bevindt extreem is, blijven de gevoelens herkenbaar genoeg. Wat kan wel, wat kan niet, wie zijn je vrienden, wat moet je met je ouders, wat moet je met jezelf? De Wild beschrijft al die opgehoopte kwetsbaarheid en stoerheid, al dat aantrekken en afstoten van ‘De Puber’ net zo onuit- als onweerstaanbaar als het in het echte leven is…

Een van de wielen van de fiets van Jeroen loopt aan en raspt na de dood van Jelmer aan een stuk door: ‘Jelmer-Jelmer-Jelmer‘. Als je Wie ik ben dichtslaat, heb je zo met Jeroen meegeleefd, of beter: heb je het verhaal zo met hem meebeleefd dat het de dagen erna net zo naraspt in je hoofd.

 

Lees in de Kinderboekenweektips van 2014 een stukje over Broergeheim.