Boekwijzer | Memorykonijn

BOEKWIJZER 

INTERVIEWT

MARANKE RINCK

&

MARTIJN VAN DER LINDEN

Boekwijzer | Memorykonijn


Haddenafwasmachine jullie verwacht dat Memorykonijn het zo goed zou doen?
Maranke: Eigenlijk hebben we daar nooit zo over nagedacht toen we het boek maakten. We hadden een lastig project achter de rug en dachten echt: misschien kunnen we het niet meer. Tot we op een dag besloten iets heel anders te gaan proberen. Martijn had een keer een konijn in een vliegtuigje geschilderd en dat hing al een hele tijd op de koelkast. Op een dag keek ik daar weer eens naar en dacht: dat is toch gewoon een heel leuk konijn! Laten we daar nou eens van uitgaan.
Martijn: Maar wat ging het konijn doen? Maranke heeft zelfs de hulp van de kinderen ingeroepen: waar gaat hij heen? Uiteindelijk kwamen we uit bij het spelletje memory. Wat als het plaatje van het konijn in een memoryspel tot leven komt… Dat zou de fantasie van een kind kunnen zijn.
Maranke: Toen we dat eenmaal bedacht hadden, ging het heel snel, want als het konijn een paar is dan moet hij gewoon het andere konijn vinden en tussendoor komt hij dingen tegen waar er nog een van is in die wereld. We hebben echt dubbel gelegen. We vonden het zo’n krankzinnig en grappig idee.

Maar jullie moesten wel nog allerlei medespelers verzinnen…
Maranke: Dat ging vanzelf. Wij verzinnen altijd verhalen over koningen, eilanden, vogels, draken. Dus we het was al snel duidelijk voor ons waar hij naartoe zou gaan en wat hij tegen zou komen…
Martijn: En er moest een uitweg komen uit het systeem. Die grote rol gaven we de kleine onbelangrijke tor. Net even een wat ander dier.
Maranke: Dat is wel Martijn hoor. Die heeft ook altijd was met hyena’s en gieren en zo.
Martijn: Al hebben wel een heel gewoon wit konijn de hoofdrol gegeven. Maar was misschien omdat hij er al was. Ik had al heel veel witte konijntjes getekend, die verzamelde ik in ‘De reis van het witte konijn’.

  konijn    koningen    draak    volk    tor

Toen het af was, gingen jullie ermee naar Lemniscaat.
Maranke: Ja, we hadden mooie printjes gemaakt van de originelen met de tekst al in het beeld, maar we hadden geen idee wat ze ervan zouden vinden.
Martijn: Dat was erg spannend. Memorykonijn is zo anders dan wat we eerst maakten. Voor hen en ook voor ons samen. Voor hetzelfde geld zouden ze heel hard gaan lachen.
Maranke: Maar het viel heel goed. Ze waren zo enthousiast, ze wilden het meteen hebben.
Martijn: Dat was natuurlijk fijn, maar tegelijkertijd maakte het ons niet zo veel uit. Júíst doordat we dit boek zo voor onszelf hebben gemaakt, doordat we het zélf zo tof vinden en er zoveel lol aan hebben beleefd.
Maranke: Dat anderen het ook waarderen is dan meer een extraatje.

Voor de lezers zit er een extraatje in het boek: een echt memoryspel achterin!
Maranke: Ja, dat hadden we bij de eerste versie nog niet toegevoegd. Wel het idee. We vertelden Lemniscaat dat we het heel tof zouden vinden als dat zou lukken.
Martijn: Dat er bijvoorbeeld een los doosje memory bij zou zitten. Wij hadden van te voren nooit gedacht dat het mogelijk zou zijn om een echt spel in het boek op te nemen, maar Lemniscaat is heel serieus aan de slag is gegaan om dat voor elkaar te krijgen. Daardoor is het boek echt af, het spel is toch de conclusie uit het verhaal.
Maranke: Je kunt er heel veel mee. Draai je eerst de draak om, wordt hij de hoofdrolspeler. Zo leer hoe je een verhaal kunt construeren. En kleinere kinderen kunnen het als puzzel gebruiken.

                                                          spel                 spel 2

Dit was al jullie tiende boek samen. Kunnen jullie wat meer vertellen over hoe jullie samenwerken?
Maranke: De tekeningen en teksten lopen door elkaar heen, ze zijn verstrengeld met elkaar. Het een is er niet eerder dan het ander. Ik heb nooit het gevoel dat Martijn van de illustraties is en ik van de tekst. Meer dat we het iets van ons samen is.
Martijn: In het begin is het erg organisch, verzinnen we het verhaal samen, sturen we bij. En dan is er meestal wel een bepaald punt waarop Maranke gaat schrijven en ik ga tekenen. Maar dan nog laat Maranke mij alles lezen en ik haar alles zien.
Maranke: En dan leveren we heel veel commentaar op elkaar. Haha.
Martijn: Aan Maranke heb ik veel. Zij is zo eerlijk, soms tot het irritante aan toe. En inmiddels weet ik dat onze smaak voor een groot deel overlapt, maar dat er ook dingen zijn die zij mooi vindt en ik niet, of andersom. Bij mijn eigen projecten blijf ik in dat geval bij mijn plan. Maar meestal… Als Maranke het echt niet tof vindt, kan ik ervan uitgaan dat een groot deel van de mensheid het daarmee eens is, dus dan kan ik het maar beter aanpassen.
Maranke: Terwijl het best lastig is om te horen dat is niet goed is als je ergens hard aan hebt gewerkt.
Martijn: Ja, in eerste instantie denk ik: Oké, ik kan er heus wel tegen dat je dat zegt, maar NU MOET JE EVEN WEG. Haha. En hoewel onze boeken echt een geheel zijn, vind ik het daarom toch ook fijn dat Maranke schrijft en ik teken.

martijn aan het werkHoe bedoel je dat?
Martijn: Nou het lijkt me moeilijker om – zoals de Schuberts – allebei te tekenen, of – zoals Hans en Monique Hagen – allebei te schrijven. Ik vind het fijn dat ik mijn expertise heb op beeld en Maranke op tekst. Hoewel ik weet dat ik alles kan zeggen over haar tekst, is zíj uiteindelijk degene die daar de professionele beslissing in neemt.
Maranke: En andersom. Ik kan wel een idee hebben, maar ik weet echt niet hoe je dat zou moeten uitvoeren. Dan gaat Martijn aan de slag en denk ik: ja!!
Martijn: Of nee!

Als het goed gaat, moet het heerlijk zijn, maar als het niet lukt…
Maranke: …is het superfrustrerend. En zeker, die projecten zitten er ook bij.
Martijn: Ja, heb je even.
Maranke: Er is veel dat uiteindelijk het levenslicht niet ziet. En soms kan het ook niet lopen. Meestal begrijpen we van elkaar meteen wat we bedoelen, hebben we aan een half woord genoeg. Maar soms lukt dat niet en dan wordt het lastig. Zeker als het een boek is dat er móét komen. Zoals de boeken voor Malmberg. Die hebben een keiharde deadline.

En dan woon je ook nog in één huis, met drie kleine kinderen. Dan kun je niet zeggen:voor huis stoepkrijt
nou, ik zie jou morgen wel weer.
Maranke: Nee, dan is het soms veel. Nu zijn we met een project bezig waarbij het goed gaat, en dan ben ik helemaal happy. Maar de afgelopen weken was het moeizaam en dan leeft het wel heel erg.
Martijn: Ook tijdens het avondeten. Dan willen we eigenlijk nog overleggen, maar zijn de kinderen er doorheen aan het schreeuwen.
Maranke: Maar die downside valt in het niet bij de triomf die er is als het goed gaat. Dan sluit het zo goed op elkaar aan. Dat is heel bijzonder, alsof je hart erin ligt.

OkapiLaat jij ook al jouw werk aan Martijn lezen Maranke?
Maranke: Minder vaak… dat komt doordat ik weet dat veel van de dingen die ik los van Martijn doe iets minder zijn smaak zijn. Die gaan vaak over kinderen en Martijn wil eigenlijk het liefst alleen maar verhalen over dieren verzinnen.
Martijn: Het is wel iets minder geworden, maar dieren, in alle vormen, van superrealistisch tot totaal niet realistisch, daar zit ik helemaal in. In het Okapi-boek dat ik samen met Edward van de Vendel maakte kon ik al die vormen kwijt. Dan ben ik in mijn element.
Maranke: En dieren tekenen gaat je ook makkelijker af.
Martijn: Wat dat precies is? Wist ik het maar. Ik probeer mensen vaak te benaderen als dieren, maar het lukt me minder goed daar vrij mee om te gaan. Ik raak een beetje verkrampt als het om mensen gaat. Het is het ook zoveel subtieler; een oog iets groter, een mond iets kleiner geeft meteen een andere gezichtsuitdrukking. Omdat we bij dieren niet zeker weten hoe hun gezichtsuitdrukkingen eruit zien, heb je meer speling. Bij een reiger kun je gerust een grotere snavel tekenen, een mens wordt meteen een gedrocht.
Maranke: Je kunt bij dieren ook makkelijker corrigeren. Krijgt Martijn te horen dat een dier iets bozigs heeft, nou dan trekt hij de mondhoeken toch een beetje omhoog… probleem opgelost.

Toch schilder je ook veel mensen, totaal niet onverdienstelijk trouwens.
Martijn: Kennelijk blijft er voor mij nog altijd uitdaging in mensen zitten. Ik heb vaak gedacht:Dries en de weerwolf waarom zou ik het doen als ik beter in mijn element ben met dieren. Maar het blijft aantrekken. Ik wil het gewoon kunnen. Ik wil op een gegeven moment net zo lekker in mijn vel zitten bij het illustreren van mensen, van kinderen – want dat vind ik nog de lastigste categorie, zeker knappe kinderen – als met het illustreren van dieren. Ik kan me er niet bij neerleggen.
Maranke: Je bent gelukkig ook vaak tevreden over het resultaat.
Martijn: Dat is waar. Ik heb bijvoorbeeld net een sprookjesprentenboek van Annie M.G. Schmidt geïllustreerd: Dries en de weerwolf. Als ik mensen in een fantasiewereld mag tekenen, vind ik het al makkelijker.

Ik voel een voetWat vinden jullie van recensies? Trekken jullie je er veel van aan?
Maranke: Recensies zijn ook maar meningen. Uiteindelijk heeft iedereen een eigen idee van hoe een boek zou moeten zijn en wat voor gevoel je erbij zou moeten krijgen. Je kunt nu eenmaal niet iedereen tevreden stellen.
Martijn: En meningen zijn vaak tegenstrijdig. Je kunt het nooit helemaal goed doen.
Maranke: Voor Ik voel een voet! hebben we bijvoorbeeld veel goede recensies, maar ook één rotrecensie gekregen in de Volkskrant. Dat deed wel wat met me, terwijl het boek het erg goed gedaan heeft in Nederland en in het buitenland. De lezers waren er dus juist heel enthousiast over.

Wat dan, als ik vragen mag?
Maranke: Ik raakte ervan in de war. Je maakt iets en ineens hebben mensen er een mening over. Het gebeurde in de tijd dat de kindjes werden geboren bij ons. Dat maakte het niet makkelijker om aan een nieuw boek te beginnen.
Martijn: Het kwam ook niet door die ene kritiek, maar meer door de combinatie ervan, door de verschillen in de opmerkingen.
Maranke: Ik heb het een tijd moeilijk gevonden dat je zelf moet bepalen wat je wil maken. Ik had de neiging me te voegen naar wat er gezegd werd, of naar de wens van een uitgeverij. Ik raakte in de knoop, want dat werkt helemaal niet. Al was het maar omdat mensen zulke tegenstrijdige dingen zeggen. Ik moest een verhaal schrijven voor mezelf en niet voor anderen. Nu ik dat kan, maakt het me niet meer zoveel uit wat er gezegd wordt.
Martijn: Je gaat door de jaren heen beter snappen dat meningen relatief zijn. Als iemand heel positief ergens over schrijft is dat net zo relatief als wanneer het negatief is. Mijn motto is dat je de positieve dingen zoveel mogelijk moet absorberen. Dat lukt aardig.
Maranke: Wat ook een verschil is met vroeger is dat we nu allebei goed snappen dat onze interesses – en dat zijn er nogal wat – niet allemaal in één boek hoeven. Dat vind ik misschien nog wel de grootste overwinning van Memorykonijn: nu doen we dit, de volgende keer doen we weer iets anders, en dat is oké.
Martijn: Daarvoor moest ik accepteren dat ik wel kan schilderen – als ik dat even zo mag zeggen – maar dat ik dat in dit boek niet heel erg laat zien. Ik had ook niet de behoefte om er toch nog een landschap in te stoppen om te laten zien: kijk dit kan ik ook. Het was goed zo. Daardoor is het boek veel sterker.
Maranke: Wíj wilden samen een boek maken waar wíj heel blij van zouden worden, dat wíj heel tof zouden vinden. Het prinsenkind had dat ook. Eigenlijk kwam de naïviteit waarmee we dat deden bij dit boek weer terug, juist door het zo totaal anders te doen.

Wat je mooi vindt, kan ook best een momentopname zijn. Het ligt aan zoveel factoren.martijn bilal 2001 In welke fase van je leven je zit, met welk gemoed je iets leest…
Martijn: Zeker, ik kan soms boeken heel mooi vinden waar ik paar jaar eerder niet eens naar keek.
Het is eigenlijk juist heel gaaf dat je – puur omdat je zelf in een heel andere fase bent – andere dingen ziet.

Maranke: Het kan ook juist andersom werken natuurlijk.
Martijn: Ik was op de academie groot fan van de striptekenaar Bilal. Nu snap ik dat niet meer. Technisch vind ik het nog steeds wel goed, maar al dat bloed, die oorlog en sciencefiction… het spreekt me voor geen millimeter meer aan.
Maranke: Je had echt posters van hem op je muur. En we zijn – toen we elkaar net kenden – nog helemaal naar Luik gereisd om een tentoonstelling van hem te bekijken.

Iets heel anders: jullie kennen elkaar al vijftien jaar! Hoe leerden jullie elkaar eigenlijk kennen?
Maranke: Het begon met een briefje in de bibliotheek, op de vierde verdieping met de muziekboeken: ‘Violist (24) zoekt goede band om muziek mee te maken.’
Martijn: Ik maakte met een aantal mensen muziek. Ik zou het niet echt een band willen noemen, haha. Ook met Wouter Tulp trouwens, de illustrator, met hem zat ik op de academie. Hij speelde saxofoon, ik gitaar en we hadden nog iemand op de drum. En toen kwam ik dat briefje tegen.
Maranke: Ik had er van die strookjes aan gemaakt met mijn nummer, zodat mensen die mee konden nemen. Maar Martijn besloot om meteen het hele briefje te pakken.
Martijn: Ik vond je toen al aantrekkelijk. Jouw naam, Maranke, je was vierentwintig, dat vond ik als eenentwintigjarige wel interessant, violist… Ik dacht: misschien moet ik dat hele briefje maar even meenemen.
Maranke: Ons eerste telefoongesprek was zo grappig en gezellig. Martijn liet me van alles opzoeken, ik moest van hem in mijn cd’s gaan loeren. Ik vond hem meteen leuk. Zó leuk dat de jongen waar ik een beetje mee aan het daten was, die toen bij mij thuis was, er helemaal jaloers van werd. We spraken af dat ik naar hem toe zou komen om een keertje te oefenen. En toen kwam ik niet opdagen. Martijn gelooft dit verhaal nog steeds niet, maar ik was het briefje met zijn gegevens kwijtgeraakt.
bruiloft band
Martijn: Volgens mij had ze gewoon geen zin.
Maranke: Ik had geen adres, geen telefoonnummer, ik had helemaal niks! Gelukkig belde Martijn om te vragen waar ik bleef en konden we een nieuwe afspraak maken.
Martijn: We hadden allebei net best een heftige relatie achter de rug en eigenlijk helemaal geen zin in iets serieus. Maar ja, we hadden zoveel lol en deden zoveel leuke dingen samen. Het was gewoon goed.
Maranke: We zijn nog heel bewust niet meteen gaan samenwonen, maar dat jaar zaten we alleen maar in mijn huis of in het huis van Martijn. Ook toen verzonnen we samen al heel veel verhalen. Op ons huwelijk, nu bijna vijf jaar geleden, hebben Martijn en ik weer samen gespeeld, met mijn broer op de drum.

Hebben jullie eigenlijk al een nieuw project?
Maranke: En of! We zijn met een nieuw speelprentenboek bezig. We zijn zelfs al heel ver.
Martijn: Ik vind het concept van een speelprentenboek zo tof. Om te maken, maar ook als idee. Als ik er met een afstandje naar probeer te kijken dan denk ik dat ik zo’n boek ook zou kopen voor mijn eigen kinderen als ik het in de winkel zag liggen.

Willen jullie al vertellen om welk spel het gaat?
Martijn: Dat houden we nog heel even geheim.

Zullen we er een spel van maken? De lezer van dit interview die het als eerste raadt krijgt een gesigneerd exemplaar van jullie. Afgesproken?
Maranke & Martijn: Deal!

Op alle foto’s uit dit interview rust het copyright van Maranke Rinck en Martijn van der Linden.
Vergeet niet om ook eens op de mooie website van Memorykonijn te kijken!

boekenkast

Wie o wie raadt welk spel Maranke en Martijn voor hun volgende boek hebben bedacht? Vertel het boekwijzer.com in een reactie onder dit interview of op Facebook en wie weet win jij een gesigneerd exemplaar van hun nieuwste boek! 

BOEKWIJZER