Zinnen vallen sierlijk en precies op hun plek in de gedichten van Erik van Os. Er zit zoveel spannends en tederheid in de keuze van de woorden en de plek waar ze staan. Zoveel tover en diepte in de gedichten die over zoveel gaan.
Over ouders die de tijd nemen om elkaar niet aan te kijken. Over een kind dat haar moeders drukte van belang is. Over liefde, vriendjes en vriendschap. Over oorlog aan tafel, onbegrip en scheiden. Over slechte en mooie dagen. Over geluk en somberte. De bundel bestaat uit observaties die tegelijkertijd spiksplinternieuw en volledig herkenbaar aanvoelen.
Drievoudig Gouden Penseel-winnaar Jan Jutte verzorgde de meesterlijke beelden. Woord en beeld zijn zo samen. Ineengeslagen als een vlechtwerk beroeren ze dubbel diep. Dat kan hard raken, zacht ontroeren of gewoon ronduit grappig zijn. Zo is niet alleen ‘En we gaan nog niet naar huis’ tekstueel meesterlijk geestig – het gaat over de liefde tussen een vader en een file die nooit langer stand houdt dan anderhalf uur. Liefde die bestaat uit CO2 en getrommel op het stuur. Het fantastische beeld dat Jan Jutte erbij maakte van een doordraaiende vader, moeder die er klaar mee is, en twee stoïcijns uit het raam turende kinderen op de achterbank is even briljant.
Applaus voor mijn vinger bevat fantastische gedichten voor jongeren op de middelbare school, dus ik snap goed dat de bundel voor hen geschreven is, maar schroom zeker niet om sommige gedichten al eerder voor te lezen. Ik gun deze bundel een immens publiek.

17.99

Auteur

Erik Van Os

Illustrator

Jan Jutte

Uitgeverij

Querido Kinderboeken

ISBN

9789045127378