BOER BORIS – TED VAN LIESHOUT & PHILIP HOPMAN

Sinds 2012 zijn er al vier Boer Boris-boeken verschenen en deel vijf, Boer Boris gaat naar de markt, komt eraan. Het tweede deel, Boer Boris gaat naar zee is uitgeroepen tot Prentenboek van het jaar 2015. Hoogste tijd om wat meer te vertellen over dit vrolijke boertje met zijn rode laarsjes en grijze pet.
Toen Philip Hopman zijn – toen vierjarige – zoontje Boris vroeg wat hij worden wilde, antwoordde het mannetje: ‘Boer!’ Zo ontstond het idee in Hopmans hoofd. Hij vertelde Ted van Lieshout erover en de schrijver verraste hem met een verhaal: ‘Ik dacht, vindt hij het niks, dan verzint hij zelf maar wat. Maar Philip was enthousiast, dus toen was het figuurtje Boer Boris geboren.’ Voor Van Lieshout was het meteen duidelijk dat het een serie moest worden. Toen het duo bij uitgeverij Gottmer over het boek ging praten, had hij al twee delen geschreven.
De teksten van Van Lieshout zijn pakkend, mooi, grappig, leerzaam en lezen door het rijm fijn voor. Hopman begint naar eigen zeggen vaak handenwrijvend aan een nieuw boek: ‘Teds teksten zijn ijzersterk. Als hij een nieuw verhaal voorleest zit ik echt te schateren.’ Hopman, die na zijn studententijd in Amsterdam (hij studeerde illustratie aan de Rietveld Academie, waar hij les kreeg van onder andere Thé Tjong Khing) terugkeerde naar het Noord-Hollandse platteland, woont samen met zijn partner Noud en hun drie kinderen in een tot woonhuis omgebouwde bollenschuur. Boris, zijn laarsjes, broertje Berend, zusje Sam, het land, de Noord-Hollandse blauwen, de schapen, ze bestaan allemaal echt.
Toen ik las dat Boer Boris en zijn wereld uit bestaande kinderen en omgeving ontsproten zijn, begreep ik waar de warmte van de aquareltekeningen vandaan komt. Ted van Lieshout zegt het mooi: ‘Ik heb wel eens voor de aardigheid een pot Boer Boris-snoep gemaakt voor Philip met een etiket erop en daarop als ingrediënten aangegeven: louter liefde. En zo is het. De serie wordt met heel veel liefde gemaakt.’ Hopman vertelt in een mooi interview: ‘Als autonoom kunstenaar moet je alles uit jezelf halen en in staat zijn om de werkelijkheid op een originele manier te interpreteren. Ik denk altijd dat ik daar niet intelligent genoeg voor ben. Op de Rietveld Academie dacht ik al: ik kies voor het tekenaarschap, want ik weet toch niet wat ik moet schilderen.’
Wat mij betreft is het zo: als je in staat bent om mij als lezer de liefde voor het leven en je kinderen (de werkelijkheid), via deze kinderboeken (de originele manier) te laten voelen, waarbij je het schrijven van de teksten aan een begenadigd schrijver uit handen hebt durven geven (dat is best intelligent), verdien je het om autonoom kunstenaar genoemd te worden.
Gelukkig zal deel vijf al in april verschijnen. Hopman: ‘Zolang een schrijver en een tekenaar plezier in een serie hebben kan die blijven bestaan. Het zou mooi zijn als Boer Boris meer dan één generatie meegaat (…). Als ouders een boek van mij dat ze nog uit hun eigen jeugd kennen voorlezen aan hun kinderen is dat een groot cadeau. Voor Boer Boris, die zo dicht bij me staat, geldt dat misschien nog wel meer dan voor mijn andere boeken.’
Ik gun het dit mooie duo zeer en vertel dan ook met plezier wat meer over hun eerste vier boeken. Een favoriet heb ik niet. Het tweede deel heeft een prachtige onderwatertekening, het derde deel vind ik het grappigst, in het vierde deel zijn de uitdrukkingen op de gezichten meesterlijk raak. En de eerste Boer Boris is onmisbaar voor de rest. Die is, zoals Hopman zegt: ‘de trailer, de introductie op de rest van de serie’. Ach, ze zijn alle vier gewoon goed, laat ik met het begin beginnen.

Boer Boris verscheen in 2012 en stond in 2014 in de top 10 van de Nationale Voorleesdagen. In dit eerste Boer Boris-boek maken we kennis met het boertje, zijn boerderij en alles wat daarbij hoort. De tekst van Van Lieshout is vrolijk, het rijm en de herhaling zorgen ervoor dat het verhaal lekker voorleest en beklijft. Elke pagina begint met: ‘Boer Boris heeft een boerderij. Daar hoort/horen ook … bij.’ Vul het maar in: 1 tractor, 2 schuren, 3 verschrikkers, 4 machines, 5 akkers, 6 varkens…

Dat er steeds wat bij komt is niet alleen leuk omdat je mee kunt tellen; het stelt het decor waarin Boer Boris leeft in de hoofdjes van de kinderen ook beetje bij beetje samen. Totdat op de laatste pagina de warme wereld van Boer Boris is geschapen.

Er is genoeg te zien op de mooie tekeningen van Philip Hopman. En kleine grapjes ontbreken niet. Zo doet het muisje dat in de rest van de serie terugkeert, in de zak van een van de verschrikkers zijn intrede. En wordt de kat, die dit muisje de rest van het boek achtervolgt, op zijn beurt weer in de gaten gehouden door de hond. Dit boekje is het sterke fundament voor de rest van de serie.

In het tweede deel gaat Boer Boris op vakantie, naar zee, en alles en iedereen moet mee.

Broertje, zusje, dieren, meubels, alles wordt op de tractor en in de aanhangwagen geladen. Leuk is dat in dit deel broertje Berend, waar Boer Boris in deel 1 sokken voor breidt, en zusje Sam worden geïntroduceerd, evenals het mereltje dat alles nieuwsgierig volgt. Net als het muisje, de kat en de hond zien we hen in de andere delen terug.

De bonte stoet vertrekt naar Zandvoort aan de zee. Daar gaat Boer Boris aan de slag met zand, emmers en water en gaan de dieren de zee in. Op de tekstloze tekening – waarop het perspectief naar onder water verplaatst – zijn de dieren (allemaal, zelfs het mereltje) spartelend te bewonderen; met als hoogtepunt de dikke billen van het varken.

Er is meer verhaal en meer te zien dan in deel 1. De keuvelende kippen, de varkens die samen met het schaap overgooien – hun bal zou de ondergaande zon kunnen zijn – de perfect nagebouwde zandboerderij van Boer Boris… De vakantie duurt niet lang, maar een dagje. Ted van Lieshout vond dat juist extra leuk: ‘Tja, dat heb je met boeren, hè? Die kunnen eigenlijk niet op vakantie.’ Dus als het tijd is om naar huis te gaan, de zandboerderij in de vloed verdwijnt en je je voorleesstem mag dempen, leidt Boer Boris de stoet met slapend broertje, zusje, en slapende diertjes naar: ‘een heel klein lichtje in het midden van de nacht: de boerderij heeft al die tijd op Boris Boer gewacht.’

In 2014 werd Boer Boris in de sneeuw door de Griffeljury bekroond met een Vlag en Wimpel. De eerste tekening vind ik meteen een van de fijnste om naar te kijken. De slaaphaartjes van Boris, het muisje dat ligt te slapen in het nachtkastje, deel één van de serie dat op de grond staat… En de tweede tekening is een van de mooiste. Iedereen is er weer bij, bedekt onder een deken van witte sneeuw. Knol het paard, de drie verschrikkers, zes varkens, zeven schapen, acht koeien…

Er gebeurt veel: er wordt met sneeuwballen gegooid, het land wordt schoongemaakt, er wordt geschaatst, broertje Berend zakt door het ijs… Boer Boris in de sneeuw is misschien wel het grappigste deel. De dieren en Sam die als ramptoeristen toekijken hoe Berend door Boris gered wordt, het muisje dat – met zonnebril op – de tractor als skilift gebruikt, de synchroon schaatsende varkens in rokjes, de kettingbotsing van schapen en koeien… Ik grinnik bij het voorlezen steeds weer mee.

O ja, en in deze Boer Boris vond ik de enige dissonant qua rijm: De zin: ‘Ze zetten Sam, het arm ding, meteen bij de verwarming.’ klonk (uit mijn mond althans) wat minder klinkend dan de rest van het boek. Op het wereldwijde web las ik dat Bas Maliepaard mijn mening deelt en dat Ted van Lieshout zelf zijn licht ook nog eens op het zinnetje had laten schijnen. Hij vind het rijm nog steeds geslaagd, maar vertelt ook dat het aanvankelijk luidde: ‘Ze zetten Sam, het arm ding, meteen bij de verwarreming.’ Dat vind ik dan weer meesterlijk. Ik stem bij deze vóór ‘verwarreming’ bij een volgende druk.

Het vierde deel verscheen in 2014, het jaar waarin het thema van de Kinderboekenweek Feest! was. Boer Boris wil aan dat festijn in eerste instantie mooi niet meedoen: Boer Boris wil geen feest! De vastberaden blikken en houdingen van Boris zijn ongekend treffend. ‘Nu kijk/doe je als Boer Boris die geen feest wil,’ schalt regelmatig door ons huis tegenwoordig.

Op de boerderij vindt iedereen juist dat er bijzonder veel redenen zijn voor een feestje: een nieuw worteltje, een lammetje, een biggetje, een jarig neefje. De hoopvolle kom-op!-dit-is-toch-een-goede-reden-blikken van Sam, Berend, de dieren en het muisje zijn  raak. Neem nou het muisje dat de blaadjes van een madeliefje plukt en ‘hij wil wel een feestje, hij wil geen feestje’ lijkt te spelen.

Als er een enorm pakket wordt afgeleverd voor de heer Boris Boer, loopt heel de boerderij uit, iedereen houdt zijn adem in… zou het? En ja! Een fabelachtig exemplaar, een enorme hakselaar, maakt iedereen blij: ‘Boer Boris nog het meest: er is nog nooit zo’n goede reden voor een feest geweest.’

O, en als ik het goed gezien heb, heeft het kleine mereltje zijn eigen reden voor een feestje!

Boekwijzer interviewde Philip Hopman. Hier is het interview terug te lezen: http://boekwijzer.com/?p=1390