DE JONGEN DIE MET DE DIEREN SCHAATSTE

 van Edward van de Vendel & Beorn Nijenhuis

met tekeningen van Sanne te Loo

schaatste

Vriendschap

Edward van de Vendel hoorde tijdens de Olympische Winterspelen in 2006 een interview van Mart Smeets met schaatser Beorn Nijenhuis en dacht: over dat verhaal wil ik meer horen, die jongen wil ik een keer spreken. Een intense vriendschap was het gevolg. Én dit boek: De jongen die met de dieren schaatste. Weliswaar vele jaren later, maar als er tijd nodig is om een belangrijk deel van iemands leven zo mooi te beschrijven als Edward van de Vendel dat heeft gedaan, dan is dat alleen maar goed.

Razendknap

Schermafbeelding 2018-01-31 om 13.51.59Sanne te Loo illustreerde het verhaal. Haar tekeningen maken dat je onmiddellijk naar Canada wilt reizen om die sprookjesachtige bossen, bergen, dieren en vergezichten zelf te aanschouwen. Ik kan echt uren kijken naar haar tekening van het meer in de zomer en het meer in de winter op de bladzijden erna. Je voelt gewoon dat zij haar hele hebben en houden in de verbeelding van het verhaal heeft gelegd. En de manier waarop ze al die schaatshoudingen en de wedstrijdspanning heeft gevangen is werkelijk razendknap.

 

Het verhaal

Als het verhaal begint is Beorn acht jaar oud en woont hij met zijn ouders in Canada, aan de voet van de Rocky Mountains, vlak bij een prachtig meer dat hij samen met zijn vader heeft gegraven. In de winter is het meer bevroren en schaatst Beorn er. Hij wil schaatser worden en daarom moet hij trainen, elke dag.

Spread uit De jongen die met de dieren schaatste
‘Rondjes. Lucht. Adem. Nergens aan denken. Harder. Bochten. Harder. IJs.’ De tekst werkt haast hypnotiserend, al lezend wieg je van links naar rechts, glij je met Beorn mee over het ijs. Hij blijkt goed te zijn, heel goed. We volgen hem als hij zijn eerste wedstrijd schaatst, als hij voor het eerst voelt hoe het is om te verliezen, op zijn reizen door Canada, als hij met zijn ouders naar Nederland verhuist, én naar het belangrijkste moment van zijn leven: de Olympische Winterspelen.

Alles komt samen

Daar komt alles samen en terug. Dit is het moment waar Beorn en zijn familie zoveel voor hebben gelaten, zoveel voor hebben gedaan, zie dan maar eens niet te verstijven. Dat Edward van de Vendel juist dan de achtjarige Beorn weer ten tonele brengt, is meesterlijk. Díé kan helpen de zenuwen los te laten, of te omarmen. Erben Wennemars zei het mooi tijdens de boekpresentatie: Die zorgt ervoor dat je kunt denken: wat een voorrecht dat ik deze spanning mág voelen, geniet ervan!
IMG_1993
Het moment dat de grote, sterke schaatser die Beorn is geworden tegelijk met de kleine Beorn van acht die nog niet kan vermoeden wat hem allemaal te wachten staat, in het boek samenkomen, op het ijs stappen, is magisch. Het bezorgt me kippenvel en het ontroert me.

Waardevol

Edward van de Vendel raakt met die wisseling van perspectief iets wezenlijks. Want, maken we niet allemaal van dit soort momenten mee? Misschien niet zo grijpbaar als een wedstrijd op de Olympische Spelen, maar toch. Dit verhaal laat zien hoe verlossend het kan om zo nu en dan naar het leven en de dingen die op je pad komen te kijke als het kind voor wie alles nog mag gebeuren. En ook dat we dat kind zelf zíjn, het is er nog gewoon. Het is een van de mooiste dingen die het (voor)lezen van het kinderboeken je kan brengen: een herinnering aan gevoelens waarvan je in de haast en de waan van de dag even was vergeten dat ze bestaan.

Liefde voor de natuur

De jongen die met de dieren schaatste - Het meer in de winter
Een ander groot goed van dit boek is de liefde voor de natuur die het uitstraalt. ‘Maar mama zegt altijd: ‘Het bos is van de dieren. Het meer ook. Dus wij zijn alleen maar te gast. Wij zijn het bezoek. Dat mag je nooit vergeten.’ Tijdens de boekpresentatie vertelde de moeder van Beorn hoe ontroerd ze was toen ze die zinnen voor het eerst las. Als je die eerbied voor de natuur vanaf het moment dat je op die sprookjesachtige plek aan de voet van de Rocky Mountains neerstreek zo ten diepste voelde, moet het ook bijzonder zijn om het zwart op wit als waarheid te zien schitteren. En nu zal haar boodschap via de poëtische zinnen van Edward van de Vendel ook heel veel andere harten veroveren.

Autonomie

Ook de boodschap van de vader van Beorn zit verpakt in het verhaal. Als Beorn tien jaar oud is, ontdekt hij voor het eerst hoe pijnlijk het kan zijn om te verliezen. ‘Als hij straks thuiskomt boort hij een gat in het ijs en dan smijt hij zijn schaatsen op de bodem van het meer.’ Hij en zijn vader rijden na die rotwedstrijd terug naar huis. ‘Papa kijkt af en toe in het spiegeltje naar Beorn. Allebei zeggen ze niks. Maar dan – na een hele tijd – springen de kleuren terug, want opeens denkt Beorn: NEE. Nee, denkt hij, ik gooi mijn schaatsen niet weg. Ik ga een miljoen nieuwe races racen, en dan blijf ik een miljoen keer overeind!’
De vader van Beorn deed niks en daarmee alles. Hij bood veiligheid, maar wist dat Beorn hier zelf doorheen moest. Het was prachtig om te horen hoe zijn vader dit tijdens de boekpresentatie liefdevol toelichtte en hoe Beorn vertelde dat die houding van zijn vader hem als jong kind al een gevoel van autonomie schonk.

Topfavoriet

Edward van de Vendel, Beorn Nijenhuis en Sanne te Loo hebben ons een verhaal gegeven dat iedereen kan raken – jong en oud. Het is geweldig om voorgelezen te krijgen, heerlijk om zelf te lezen, zo fijn om te bekijken, en waardevol om voor te lezen. Als er een Olympische Spelen voor prentenboeken zou bestaan dan was De jongen die met de dieren schaatste daar topfavoriet.